Historie

Geschiedenis

Een Terugblik op de Oprichting van Onze Tennisvereniging

In de jaren ’70 van de vorige eeuw, tijdens de vele zaterdagmiddagfietstochten met Rob Polman, ontstond het idee om de sportieve mogelijkheden in ons dorp uit te breiden met een tennisvereniging. De gedachte hierachter was om een sport aan te bieden die toegankelijk was voor bijna iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht of ervaring. Zo konden echtparen samen sporten, en werd tennis niet langer gezien als een sport alleen voor mannen elders.

Tennis bood flexibiliteit: je kon zelf bepalen wanneer je wilde spelen. Bovendien was het een leuke manier om in beweging te blijven, wat misschien hielp om dat toevallige onsje teveel kwijt te raken. Ook voor de jeugd in het dorp was er behoefte aan meer mogelijkheden voor buitensporten.

Naast Rob Polman en mijzelf sloot ook An van Meekeren, met haar Pannerdense achtergrond, zich aan bij het initiatief. Tijdens de oprichtingsvergadering op 24 juni 1976 in café Guus Groenen, schreven zich al snel 76 enthousiastelingen in.

Daarna moesten we ons richten op verschillende praktische zaken: de locatie, de banen, het hekwerk, een paviljoen, de financiering en de exploitatie. We werden echter geconfronteerd met tegenstand, vooral vanuit de hoek van het voetbal en mogelijke exploitanten van het zwembad. Na veel overleg en uitleg werd deze weerstand tegen het einde van 1976 overwonnen, en in december van dat jaar werd de vereniging officieel opgericht.

Op een stuk grond dat we voor 40 jaar in erfpacht van de gemeente kregen, begon de realisatie van onze tennisvereniging. Om twee kunststofbanen en bijbehorende faciliteiten aan te leggen, leenden we bij de bank een bedrag van 70.000 gulden (ongeveer €32.000 nu), dat inmiddels volledig is afgelost. Voor het clubhuis, dat later bekend zou staan als het “Tennishuisje”, hadden we geen grote budgetten meer. Uiteindelijk kozen we voor een kleine verkoopruimte van circa 30 m², waar men in ieder geval droog kon zitten. Dit huisje werd in Lobith gekocht, gedemonteerd en in Pannerden opnieuw opgebouwd.

In het begin waren de voorzieningen eenvoudig; er was bijvoorbeeld geen toilet, maar gelukkig stroomde er een sloot achter het tennishuisje. Voor de opening hadden we het idee om een vliegtuig een lading tennisballen te laten droppen. Dit plan ging echter niet door, omdat de burgemeester eiste dat elke bal een parachute zou hebben en dat het geheel door een minister goedgekeurd moest worden.

De tennistermen waren voor sommigen even wennen. Zo riep een professionele speler eens “twice,” waarop iemand van onze kant antwoordde: “Ik dacht dat-ie hooguit twee keer gestuiterd had!” Maar uiteindelijk kwam alles goed.

Met veel voldoening kijk ik, mede dankzij de ouderwetse zelfwerkzaamheid van velen, terug op de afgelopen jaren.

Henny Arentz
Oprichter Tennisvereniging Pannerden